Klokjesbijen Chelostoma (voorlopie pagina) Pagina bij www.zoekkaartwildebijen.nl

Habitus: vrij kleine (4-6 mm) tot middelgrote (6-10mm) smalle, min of meer cilindrisch vormige, dunbehaarde zwarte bijen; voorvleugels met twee ongeveer even grote submarg inale cellen; de tweede teruglopende vleugelader mondt uit in de tweede submarginale cel (detail foto's volgen in de loop van 2011; de kaken zijn relatief groot. De wijfjes verzamelen stuifmeel met de (bleekgele) buikschuier aan de onderkant van het achterlijf. Mannetjes hebben een bultvormige richel aan de onderzijde van het achterlijf.

Herkenning van vrouwtjes in het veld: de vrouwtjes zijn door een combinatie van kenmerken met een redelijke kans van zekerheid te herkennen: de grote, bloembezoek (zie hieronder) een de kleur van het stuifmeel (bij boterbloemen geel, bij campanula wit); herkenning van mannetjes is lastiger, maar in combinatie met vrouwtjes en planten, is een goede indicatie mogelijk.
In Nederland komen 4 soorten klokjesbijen voor. Aleen grote en waarschijnlijk kleine klokjesbij is vrij algemeen in de oostelijke helft van het land. Meer informatie over enkele soorten:
 
 
Scroll of klik --------------------
----
Kleine klokjesbij - Chelostoma campanularum (4-6 mm) -- http://www.tierundnatur.de/wildbienen/eb-ccamp.htm
Vrouwtje: met witte haarbandjes op het achterlijf; clypeusrand fijn getand.
Mannetje: achterrand van zevende tergiet met twee stekels.
Vliegperiode: half juni-half augustus.
Nesten: dood hout met oude kevergangen, plantenstengels, rietmatten, rieten daken; ook in bijenhotels in het bijzonder met houtblokken of afzonderlijke houtblokken; nestgangen van natuurlijke en kunstmatige nesten zijn: 2-3 mm doorsnee.
Bloembezoek: Klokjes (campanula)
Voorkomen in Nederland: het hoofdverspreidingsgebied ligt in de zuidoostelijk helft van Nederland.
 
Grote klokjesbij - Chelostoma rapunculi (6-9 mm) -- http://www.tierundnatur.de/wildbienen/eb-crapu.htm
Vrouwtje: met witte haarbandjes op het achterlijf; clypeus (onderste deel van het gezicht, vlak boven de monddelen een tekening volgt)
in het midden met een uitstekende lamel.
Mannetje: achterrand van zevende tergiet met met drie uiteinden.
Vliegperiode: half mei-half augustus.
Nesten: dood hout met oude kevergangen, plantenstengels, rietmatten, rieten daken; ook in bijenhotels in het bijzonder met houtblokken of afzonderlijke houtblokken; nestgangen van natuurlijke en kunstmatige nesten zijn: ca 4mm doorsnee.
Bloembezoek: Klokjes (campanula)
Voorkomen in Nederland: het hoofdverspreidingsgebied ligt in de zuidoostelijk helft van Nederland.
Scroll of klik --- Terug naar top
 
Ranonkelbij - Chelostoma florisomne (7-10 mm) -- http://www.tierundnatur.de/wildbienen/eb-cflor.htm
Vrouwtje: met witte haarbandjes op het achterlijf; clypeus met een zwak gekartelde rand;
Mannetje: achterrand van zevende tergiet met een half cirkelvormige uitsnijding;
Vliegperiode: begin mei - half juli
Nesten: dood hout met oude kevergangen, plantenstengels, rietmatten, rieten daken; ook in bijenhotels in het bijzonder met houtblokken? ; nestgangen van natuurlijke en kunstmatige nesten zijn: ca 4mm doorsnee.
Bloembezoek: Boterbloemen
Voorkomen in Nederland: het hoofdverspreidingsgebied ligt in de oostelijke helft van Nederland.
 

Grote klokjesbij op Ruigklokje Scroll of klik --- Terug naar top
 

 

Grote klokjesbij op Ruigklokje Scroll of klik --- Terug naar top
 
 
Grote klokjesbij op Campanula poscharskyana Scroll of klik --- Terug naar top
 
 
Grote klokjesbij op Campanula poscharskyana Terug naar top