Wilde bijen: Zijdebijen - Colletes Voorlopige pagina ---- Pagina bij www.zoekkaartwildebijen.nl
Habitus: Zijdebijen zijn matig behaarde bijen (7-15 mm). De  meeste soorten hebben strakke, contrasterende Haarbandjes op de eindrand van de tergieten (segmenten). Die ontbeken bij de grote zijdebij; verder meestal ook een basale haarband op het tweede tergiet. De De voorvleugels hebben 3 submarginale cellen: de 1e is veel groter dan de 3e; de 2e en 3e zijn ongeveer even groot. Samen met maskerbijen (Hylaeus) is de tweelobbige tong het meest kenmerkend. Is met een loep gemakelijk te zien (zie foto rechts). Verzamelharen: bevinden zicht op de achterpoten en zijn ten opzichte van andere niet parasitaire bijengeslachten slecht ontwikkeld. In Nederland komen 9 soorten voor. 4 soorten hiervan zijn zeldzaam tot zeer zeldzaam.
Nesten: de nesten worden in de grond, steilwanden en in muren gemaakt of gegraven. De wanden van de broedcellen worden bekleed met een snel opdrogende speekselachtige substantie dat na drogen een zijdeachtig vlies vormt. Ze hebben hier hun naam aan te danken.
Herkenning van zijdebijen: het is vrij lastig om soorten zijdebijen te herkennen of te determineren. Vooral bij oudere exemplaren. In de praktijk kan het bloembezoek van de zijdebijen worden gebruikt om de soorten te onderscheiden. Maar dit systeem is vaak niet waterdicht. Hulp bij herkennen van zijdebijen
Zie ook: http://www.tierundnatur.de/wildbienen/eb-colle.htm  

 

Scroll of klik -----------------
 
Vleugelstructuur van colletes: met submarginale cellen (1-3) Scroll of klik --- Terug naar top
 
 
Zijdebijen hebben een tweelobbige tong Scroll of klik --- Terug naar top
 
 

Hulp bij het herkennen van zijdebijen

Scroll of klik --- Terug naar top
  Bloembezoek Haarbanden Overige
Grote zijdebij Wilgen Afwezig Matig behaarde bijen; borststuk bruinachtig behaard (bij jonge bijen donkerbruin), bij oudere afgevlogen bijen lichter. Achterlijf lichter behaard dan het borststuk.
    Zonder basale haarband  
Wormkruidbij Diverse composieten Haarbandje 1e tergiet sterk onderbroken.

Kop en zijkanten borststuk grijsachtig behaard; 1e tergiet glanzend en gepuncteerd.
    Met basale haarband  
Duinzijdebij Diverse composieten Haarbandje 1e tergiet weinig onderbroken.

Borststuk met bruingele beharing; 1e tergiet wijfje langbehaard; bij mannetje 1e en 2e tergiet lang behaard. tergieten min of meer dof en met een dichtte puntering zonder glanzende tussen ruimte.
Donkere zijdebij Niet of weinig op composieten Haarbandje 1e tergiet versmald of onderbroken. kopschild dus en goed doorzichtig behaard, dit in tegenstelling met de twee bovenstaande soorten. Borststuk bij jonge bijen geelachtig, kort bruin behaard; 1e tergiet dicht gepunteerd.

Schorzijdebij In hoofdzaak zulte/zeeaster Haarbandjes 1e tergiet onderbroken. Borststuk roodbruin behaard; 1e tergiet glanzend en dicht gepuncteerd.
Heizijdebij Struikhei Haarbandjes man. 1e tergiet niet onderbroken. bij vrouwtje wel Borststuk roodbruin behaard; 1e tergiet glanzend en dicht gepuncteerd.
       
       
 
Haarbandje op eindranden van de tergieten bij wijfjes van zijdebijen (foto's collectiemateriaal) -----Scroll of klik --- Terug naar top
Grote zijdebij Wormkruidbij Basale haarband bij duinzijdebij
Tergieten lang behaard; haarbandjes afwezig Haarbandje 1e tergiet breed onderbroken; geen basale haarband Haarbandje 1 tergiet versmald en weinig onderbroken; aansluitend op 2e tegiet een basale haarband. (bij T1-2)
   
   
---  
Grote zijdebij - Colletes cunicularius Scroll of klik --- Terug naar top

Matig behaarde bijen; borststuk bruinachtig behaard (bij jonge bijen donkerbruin) bij oudere afgevlogen bijen lichter. Achterlijf lichter behaard dan het borststuk. Lengte wijfjes: 12-15 mm (mannetjes vaak 1 of 2 mm kleiner)

Vliegperiode: ca. half maart tot eind mei.

Nestplaats en milieu: zandige bodems op allerlei open plaatsten. Zandafgravingen, stuifzanden, duinen, ruderale terreinen binnen en buiten de stad. Spoorwegemplacementen. Nestelt ook in zandpaden. Nestelt vaak in grote groepen bij elkaar.

Bloembezoek: in de duinen in hoofdzaak op kruipwilg; in het binnenland op boswilg, geoorde wilg en grauwe wilg.

Verspreiding: komt in het duingebied talrijk voor; verder verspreid en lokaal talrijk op de zandgronden in het binnenland vooral in de omgeving van de grote rivieren.

Voor meer zie bijenkalender: bij Salix repens

Hulp bij herkennen van zijdebijen  
   
   
---  
Wormkruidbij - Colletes daviesanus Scroll of klik --- Terug naar top

Matig behaarde bijen met dichte haarbandjes op het einde van de tergieten. Kop en zijkanten borststuk grijsachtig behaard; 1e tergiet glanzend en gepuncteerd. Haarbandje 1e tergiet sterk onderbroken. Lengte wijfjes: 8-10 mm (mannetjes vaak 1 mm kleiner)

Vliegperiode: eind juni -begin september

Nestplaats en milieu: In steile wanden steilkantjes van bermen en droge greppels, in oude muren met vrij zachte voegen, in wanden van leemgroeve; in de omgeving van deze nestgelegenheid komen deze bij voor op braakliggende terreinen, in allerlei bermen, in straten zelfs in stadscentra, in stadstuinen, botanische tuinen, op haventerreinen, spoorwegemplacementen, en industriële terreinen.

Bloembezoek: in hoofdzak boerenwormkruid; verder duizendblad (Achillea millifolium en A. filipendulina), reukeloze kamille, valse kamille, gele kamille, madelieffijnstraal, margriet (Leucanthemum vulgare, L. maximum), jacobskruiskruid, moederkruid, Kalimeris incisa.

Verspreiding: vrij algemeen op de binnenlandse zand- en leemgronden.

Wormkruidbij sloopt muur

Hulp bij herkennen van zijdebijen  
 
Wormkruidbij sloopt muur. Zo is het ongeveer begonnen Scroll of klik --- Terug naar top
  Terug naar wormkruidbij
Resultaat na ruim 10 jaar wormkruidbijen in de tuin
 
 
Resultaat na ruim 10 jaar wormkruidbijen in de tuin Terug naar wormkruidbij ------ Scroll of klik --- Terug naar top
 
--  
Duinzijdebij Colletes fodiens Scroll of klik --- Terug naar top

Matig behaarde bijen met dichte haarbandjes op het einde van de tergieten; haarbandje 1e tergiet weinig onderbroken en 2e tergiet met een basale haarband. Borststuk met bruingele beharing; 1e tergiet wijfje langbehaard; bij mannetje 1e en 2e tergiet langbehaard. tergieten min of meer dof en met een dichtte puntering zonder glanzende tussen ruimte. Lengte wijfjes: 8-10 mm (mannetjes vaak 1 mm kleiner)

Vliegperiode: eind juni - begin september.

Nestplaats en milieu: graaft nest in zandige bodem; in hoofdzaak in de duinen. Ook in zandgroeve en op ruderale terreinen.

Bloembezoek: Jacobskruiskruid, boerenwormkruid, reukeloze kamille, gewoon duizendblad.

Verspreiding In hoofdzaak in de duinen; verder ook op zandige en lemige plaatsen in het binnenland.

Voor meer foto's zie bijenkalender: bij boerenwormkruid.

Hulp bij herkennen van zijdebijen  
 
 
---  
Schorzijdebij - Colletes halophilus Scroll of klik --- Terug naar top

Matig behaarde bijen met dichte haarbandjes op het einde van de tergieten. Haarbandjes 1e tergiet onderbroken. Borststuk roodbruin behaard; 1e tergiet glanzend en dicht gepuncteerd. Lengte wijfjes: 10-12 mm (mannetjes vaak 1 of 2 mm kleiner).

Vliegperiode: eind augustus- september.

Nestplaats en milieu: Op open zandige plaatsen; duinen, dijken, zandwallen. Zijn te vinden in buitenduinen, groene stranden, slikken en schorren en basaltglooiingen (Hoek van Holland, Maassluis.

Bloembezoek: in hoofdzaak zulte/zeeaster; ook op akkermelkdistel en heelblaadjes als deze in de omgeving van zulte staan (onder meer op Vlieland)

Verspreiding: Zuidwest Nederland vanaf de Nieuwe Waterweg, Waddeneilanden

Voor meer foto's zie bijenkalender bij: Aster tripolium

Hulp bij herkennen van zijdebijen  
 
 
---  
Heizijdebij - Colletes succintus Scroll of klik --- Terug naar top

Matig behaarde bijen met dichte haarbandjes op het einde van de tergieten. Haarbandjes 1e tergiet bij mannetje niet onderbroken, bij vrouwtje wel. Borststuk roodbruinbehaard; 1e tergiet glanzend en dicht gepuncteerd. Lengte wijfjes: 9-12 mm (mannetjes vaak 1 of 2 mm kleiner).

Vliegperiode: eind juli - begin september

Nestplaats en milieu: Nestelt op open zandige plaatsen aan randen van heidevegetaties en heide terreinen; langs paden, steilkantjes en andere open plaatsen.

Bloembezoek: in Nederland struikhei.

Verspreiding: pleistocene zandgronden en kalkarme duinen ten noorden van Bergen.

Meer informatie heizijdebij

 

Hulp bij herkennen van zijdebijen  
 
 
---
Donkere zijdebij - Colletes marginatus Terug naar top

Matig behaarde bijen met dichte haarbandjes op het einde van de tergieten. Haarbandje 1e tergiet versmald of onderbroken. kopschild dus en goed doorzichtig behaard, . Borststuk bij jonge bijen geelachtig, kort bruin behaard; 1e tergiet dicht gepunteerd.

Vliegpriode: 2e helft juni - eerste helft augustus

Nestplaats en milieu: nestelt in zandige bodem in het duingebied en rivierduinen. .

Bloembezoek: braam, hazepootje, wilde reseda, witte klaver, witte honingklaver, luzerne, citroengele honingklaver (naar: Schmiedenknecht 1930, Westricht 1989)

Verspreiding: In hoofdzaak in het zeeduinengebied.

 

Hulp bij herkennen van zijdebijen