Kortsprietmaskerbij
Hylaeus brevicornis
Bij beide geslachten is de kop min of meer rond, van boven gezien weinig versmald, en de slaap vrij breed
Lengte: vr & m 4- ca. 5 mm.
Vrij algemeen in de duinen en de binnenlandse zandgronden.
Drachtplanten: allerlei planten.
Koekoeksbijen: niet bekend
Volledige tekst
Foto's:
Plaat
Mannetje
 
 
 
 
 
 
 
Legenda bij kaartje
A Algemeen tot vrij algemeen per provincie of een groot gedeelte daarvan: meer dan 10 uurhokken verspreid
R Regionaal algemeen met 6-10 uur hokken
L Locaal of een kleine regio met 3-5 uur hokken
0 1-2 hokken. 0 symboliseert ook gebieden die misschien sterk onderbemonsterd zijn.
Het verspreidingskaartje is globaal. Het betreft waarnemingen na 1990. In hoofdzaak gebaseerd op het boek De Nederlandse bijen (Peeters et al., 2012)
De kaartjes zijn voorlopig; ze worden in de winter van 2015-2016 vervangen.
--
Bij beide geslachten is de kop min of meer rond, van boven gezien weinig versmald, en de slaap vrij breed; een zeer variabele soort .(moeilijk te onderscheiden van zeer zeldzame H.gredleri die sinds 1983 nieuw is voor de Nederlandse fauna).
Vrouwtje: 1e tergiet opzij met haarfranjes (zeer ijle haarbandjes, haarvlekken); 1e vlaglid duidelijk langer dan het tweede en derde; gele gezichtsvlekken kunnen ontbreken; lengte 4-5 mm.
Mannetje: door zijn sterk verbrede scapus van de andere kleine inlandse soorten gemakkelijk te onderscheiden; 2e vlaglid half zo lang als breed; sternieten; lengte 4-6 mm.
Vliegperiode: eind mei - augustus; Volgens Janvier (1972) vliegt de soort op Oléron (Frankrijk) van het voorjaar
tot het najaar en komt ze daar met twee tot drie generaties per jaar voor. In Nederland vliegt zij van (fig. 80). Van het voorkomen
van meer generaties per jaar is in Nederland niets bekend.
Habitat: duinen, heiden, stuifzanden, zand-, leem- en krijtgroeven, emplacementen, spoor- en wegbermen.
Nesten: nesten zijn waargenomen in takken van braam , in hout van vlier, pruim, es en in houten afrasteringspaaltjes. Voor bronnen zie Koster 1986 (p. 18)
Bloembezoek: veel op zandblauwtje en braam, verder peen, vet kruid, wilde reseda en tormentil.
Voorkomen in Nederland: met uitzondering van de zeeklei- en laagveengebieden vrij algemeen.
Bron vliegtijd buitenland: Janvier, H., 1972. Note sur les Hylaeus de l'île d'Oléron, avec la description d'une espèce
nouvelle (Hym. Apidae). — Entomologiste 28: 107- 114.
Beheer: locaal is maaien in de vliegperioden minder gunstig; maar de soort wordt er niet door bedreigd.
 
Hylaeus brevicornis - Terug
 
 
 
Kortsprietmaskerbij - Hylaeus brevicornis Terug
 
Kortsprietmaskerbij - Hylaeus brevicornis Terug
 
Hylaeus brevicornis Terug t
   
   
 
Hylaeus brevicornis Terug