|
||||
| Vrijwel kale, slanke bijen met gele tot rode wespachtige kleurpatronen op het achterlijf; ook andere lichaamsdelen kunnen rood of geel zijn gekleurd; aan dit kleurpatroon danken ze de naam wespbij; lengte 8 tot 14 mm. Voorvleugels met 3 submarginale cellen; de 3e cel ca. even groot als de 2e . De vrouwtjes zijn te herkennen aan de aan de dichte haarfranjes aan het einde van het 5e tergiet (rugsegment). in het algemeen zijn de soorten zeer lastig van elkaar te onderscheiden. Zelfs met goede optische middelen is veel ervaring vereist. Bij het herkennen van de bijen bieden foto’s vaak geen uitkomst. In Nederland 43 soorten wespbijen waargenomen. Meer dan de helft hiervan is zeldzaam tot zeer zeldzaam of reeds uit ons land verdwenen. Meer informatie over enkele soorten: | ||||
| Levenswijze: ze leiden een parasitaire levenswijze(Koekoeksbij). Parasiteren in hoofdzaak op zandbijen, maar soms ook op roetbijen. Vliegperiode: eind maart - augustus. | ||||
| Verspreiding: komen in het hele land voor, ook taltijk in steden. | ||||
| Bloembezoek: door zijn parasitaire levenswijze zijn de soorten niet aangewezen op bepaalde stuifmeelplanten; kan dus in principe op alle nectarproducerende plantensoorten worden waargenomen. | ||||
| Meer informatie en foto's | ||||
| Overzicht van de meest algemene soorten: http://www.tierundnatur.de/wildbienen/eb-nomad.htm | ||||
| Zie ook foto-overzicht: http://www.rutkies.de/bienen-8/index.html | ||||
| Voor determinatie en meer informatie: http://www.repository.naturalis.nl/document/93865 | ||||
| Breedband wespbij - Nomada goodeniana (Mannetje) (col.A. Koster; Derterminatie H.Wiering) | ||||
| Punt achterlijf wespbij vrouwtje | ||||
| Een wespbij in vrije vlucht in de vegetatie, op zoek naar een nest van een zandbij; vermoedelijk Andrena carantonica | ||||
| Dezelfde wespbij in vrije vlucht | ||||