Slangenkruidbij
Hoplitis (Osmia) adunca
Middelgrote bijen zwarte bijen, met een relatief kaal, glanzend en enigszins smal achterlijf met haarbandjes op het einde van de tergieten.Zwarte sporen aan de schenen.
Lengte: vr & m 11-13 mm.
Zeldzaam in Limburg, daarbuiten zeer zeldzaam.
Drachtplanten: gespecialiseerd op slangenkruid.
Koekoeksbijen: Zwarte tubebij (Stelis phaeoptera)
Volledige tekst
Aandachtsgebied voor Slangenkruidbij
Foto's:
Plaat met m & vr
Vrouwtje
Mannetje
Nestblok
Slangenkruid
Legenda bij kaartje
A Algemeen tot vrij algemeen per provincie of een groot gedeelte daarvan: meer dan 10 uurhokken verspreid
R Regionaal algemeen met 6-10 uur hokken
L Locaal of een kleine regio met 3-5 uur hokken
0 1-2 hokken. 0 symboliseert ook gebieden die misschien sterk onderbemonsterd zijn.
Het verspreidingskaartje is globaal. Het betreft waarnemingen na 1990. In hoofdzaak gebaseerd op het boek De Nederlandse bijen (Peeters et al., 2012)
De kaartjes zijn voorlopig; ze worden in de winter van 2015-2016 vervangen.
--
Vrouwtje: beharing borststuk vrij kort en licht bruin, buikschuier wit; haarbandjes smal, achterlijf met grote glanzende punttussenruimten; sporen zwart. Lengte: 11-13 mm.
Mannetje: beharing borststuk bruin/roetbruin en kort, maar langer dan bij het vrouwtje; lichaam met uitzondering van de antenne geheel zwart; tergiet 6 aan het einde aan weerzijde met een tand. Lengte: 11-13 mm.
Vliegperiode: eind mei - eind augustus.
Habitat: In hoofdzaak in pionier vegeaties basische en kalkhoudende bodems; op min of meer ruderale terreinen; spoorwegemplacementen, groeven, overhoeken, braakliggende terreinen in de stad, natuurtuinen en tuinen in Maastricht (med. Lefeber).
Nesten: in holten van mergelwanden, stenen, afgestorven plantenstengels en dood hout. Zuid-Limburg is daar een geschikt gebied voor. De continuïteit van slangenkruidbij in de omgeving van actuele en potentiële nestplaatsen is van buitengewoon belang voor het in standhouden van echiumbij. Waar slangenkruidbij in Zuid-Limburg niet voorkomt, maar waar het wel mogelijk is om slangenkruid te bevorderen terwijl natuurlijke nestgelegenheid ontbreekt, zouden bijenhotels, bijenblokken, en ander dood hout hulp kunnen bieden (zie ook Weststrich 1989). In de duinen, vooral tussen Scheveningen en Haarlem, komt wel veel slangenkruid voor, maar geschikte, stabiele nestegelegenheid ontbreekt heel vaak. Dit is waarschijnlijk een natuurlijk gegeven, maar echium bij is ook een cultuurvolger. Continuïteit van slangenkruid bij oude bouwwerken en de aanwezigheid van meer dode bomen zou kunnen leiden tot vestiging van slangenkruidbij. Het is wel te overwegen om het milieu van slangenkruidbij langs de Maas in Limburg te verbeteren, daarbij moeten landschapsbeheerders zich richten op de totale potentiële bijenstand.
Beheer: waarmogelijk de bodem openhouden.
Bloembezoek: (Echium vulgare; in Zuid-Europa vooral Echium plantagineum)
 
Slangenkruidbij Terug
 
Slangenkruidbij vrouwtje op slangenkruid Terug
 
Slangenkruidbij vrouwtje op slangenkruid Terug
 
Slangenkruidbij vrouwtje op slangenkruid Terug
 
Slangenkruidbij vrouwtje op slangenkruid Terug
 
Slangenkruidbij vrouwtje op slangenkruid Terug
 
Slangenkruidbij vrouwtje op slangenkruid Terug
 
Slangenkruidbij vrouwtje zonnend en voor een bijenblok Terug
 
Zwarte tubebij - Stelis phaeoptera Steven Falk http://www.stevenfalk.co.uk) Terug
 
Aandachtsgebied slangenkruidbij Osmia adunca Terug
Slangenkruidbij is landelijk een zeer zeldzame soort die vooral in Zuid-Limburg locaal talrijk kan voorkomen.
Het voorkomen hangt af van aaneengesloten aanwezigheid van Slangenkruid gecombineerd met nestgelegenheid.
In het grootste deel van ons land is deze combinatie zeldzaam.
In het aandachtgebied kunnen locale overheden en particulieren deze combinatie bevorderen.
Er moeten plekken worden gemaakt waar slangenkruid zich duurzaam kan handhaven. Dit in combinatie van nestgelegenheid.
Zie verder bij slangenkruid via zoekkaartwildebijen
Wilde bijen die binnen het aandachtsgebied op slangenkruid kunnen worden verwacht:
Metselbijen (O. claviventris, O. aurulenta), Wolbijen (Anthidium manicatum en A. puntatum); zandbijen (Andrena), sachembijen (Anthophora furcata, A. quadrimaculata), groefbijen (Halictus en Lasioglossum), behangersbijen (Megachile ligniseca, M. maritima, M. versicolor); blauwe ertsbij (ceratina cyanea).
Dit kaartje is gebaseerd op eigen veldbezoek en de: Voorlopige Atlas van de Nederlandse bijen (pag. 172)